Glas en Spiegels - Een rijke geschiedenis

Glashistorie Deel 1

5000 v.Chr. - A.D. 100
» De ontdekking van glas

Obsidiaan

Glas is waarschijnlijk al net zo oud als de aarde zelf. Het kan ontstaan bij hoge temperaturen zoals .... »»

Glashistorie Deel 2

A.D. 100 - Industriële Revolutie
» De Romeinse invloed

Romeinse vaas

De Romeinen hebben er toe bijgedragen dat de kunst van het glasmaken zich over grote gebieden verspreidde. Door hun veroveringen, handelsgeest en wegenbouw, ....»»

Glashistorie Deel 3

Industriële Revolutie - Anno nu
» Van handwerk tot industrie

Glasproductie

Pas in een later stadium van de industriële revolutie werd mechanische technologie ontwikkeld en diepgaand wetenschappelijk onderzoek ingezet en toegepast voor de massaproductie van glas....»»

De geschiedenis van spiegels

Spiegels

Spiegels werden reeds lang voor de mens het maken van glas ontdekte gebruikt. Gemaakt van metalen ....»»

De geschiedenis van de spiegel.

De mens wil zich spiegelen, zien hoe de buitenwereld hem ziet en zich vergelijken met het beeld dat hij van anderen heeft.

Waarschijnlijk is de eerste mens die zichzelf zag in stilstaand water behoorlijk geschrokken. Maar hoe het ook zij, het is het oudste en eenvoudigste voorbeeld van een spiegel en het begin van een kleurrijke geschiedenis.

Lang voor de mens het maken van glas ontdekte, werden er reeds spiegels gebruikt, gemaakt van metalen. Platgeslagen of gegoten schijven koper en brons werden gepolijst en bewerkt totdat er een glimmende plaat ontstond, waarin men zich spiegelen kon.

Dat reeds in heel oude tijden koperen spiegels werden gebruikt, blijkt uit een passage in de Bijbel:

Exodus 38:8

"Hij maakte ook het koperen wasvat, met zijn koperen voet, van de spiegels der te hoop komende vrouwen, die te hoop kwamen voor de deur van de tent der samenkomst."

Spiegels in het oude Egypte

bronzen spiegel uit Egypte

Deze spiegels werden hoogstwaarschijnlijk op eenzelfde wijze gemaakt als de Egyptenaren en de Romeinen dit reeds ver voor onze jaartelling deden. Zij gebruikten ronde koperen / bronzen schijven die gepolijst werden tot ze blonken en men zich erin kon spiegelen. Aan dergelijke spiegels werd vaak een handvat bevestigd.

Ook nu nog wordt er gebruik gemaakt van spiegels uit metaalplaten, denkt u maar eens aan de lachspiegels op de kermis.

Ook glasachtige spiegels werden toegepast, zij het dan dat deze 'glazen' spiegels er heel anders uitzagen dan onze moderne spiegels. Men gebruikte daarvoor donkere stukken ondoorzichtig obsidiaan met een zo glad mogelijk oppervlak.

Stukken daarvan werden in de muren vastgezet om te dienen als spiegel.

De Romeinen

Pas veel later, na de ontdekking van het maken van glas, vervaardigden de Romeinen spiegels uit glas door deze van een metaallaag te voorzien.

Bij opgravingen in Duitsland werd onder andere een glazen spiegel gevonden van 7 x 4 cm voorzien van een laagje bladgoud en afgedekt met een rode laklaag. In Romeinse graven uit de tweede en derde eeuw werden daarnaast ook met lood bedekte glasstukken gevonden.

De Middeleeuwen

»De kwikzilverspiegels

Na de ontdekking van het glasblazen, omstreeks de veertiende eeuw, werden spiegels gemaakt uit glazen bollen. De glasblazer blies een glazen bol en terwijl de bol nog gloeiend was, liet hij door de glasblazerspijp een mengsel van metalen zoals lood, antimoon en tin lopen. Daarna liet hij de bollen afkoelen en werden ze in stukken gesneden. Hierbij ontstonden dus klein gebogen (zogenaamde convexe) spiegeltjes. Dit vond men geen bezwaar; men wist eigenlijk niet beter, want de metalen spiegels die men al gebruikte, waren meestal ook verre van vlak.

Uit deze manier van werken met vloeibare metalen heeft zich aan het eind van de middeleeuwen de kwikzilverspiegel ontwikkeld (de zogenaamde tin-amalgaam-spiegel). Wanneer dergelijke spiegels zijn ontstaan is niet precies bekend. Uit de dertiende en veertiende eeuw bestaat er wel literatuur, waarin dergelijke spiegels worden genoemd. De oorsprong is echter niet bekend. Het gebruik van deze spiegels werd algemeen in de zestiende eeuw.

In 1507 vroegen de gebroeders Danzola del Gallo uit Murano bij Venetië aan de zogenaamde Raad van Tien:

"...het privilege voor 25 jaar voor de fabricage van goede en volmaakte spiegels van kristalglas, voor de gehele wereld onbekend, behalve voor een glasfabriek in Duitsland, die verbonden met een Vlaamse fabriek, het monopolie bezit van deze fabricage...".

Hieruit blijkt, dat in Duitsland en in Vlaanderen, deze methode reeds werd toegepast. Deze methode was vele jaren een geheim en de spiegels waren dan ook zeer duur. In 1683 liet de Franse minister Colbert een Venetiaanse spiegel na van 115 x 65 cm, gemonteerd in een zilveren lijst. De spiegel werd voor bijna driemaal zoveel verkocht als een schilderij van Rubens, dat ook tot de nalatenschap behoorde!

De kwikzilverspiegels speelden vierhonderd jaar lang een hoofdrol in de spiegelindustrie. De reflecterende laag bestond uit circa 75 delen tin en circa 25 delen kwik, zodat men eigenlijk beter kon spreken van 'tinspiegels' dan van 'kwikspiegels'. Chemisch gezien was het echter geen van beide, maar werd er een verbinding tussen tin en kwik gevormd: het zogenaamde tin-amalgaam. Daarom moet er eigenlijk gesproken worden van een tin-amalgaamspiegel.

De fabricagemethode zelf was verschrikkelijk omslachtig en tijdrovend; men zou ongeveer als volgt te werk zijn gegaan. Op een goed vlakke steen (waar omheen een goot was aangebracht) werd een blad tin gelegd, rondom wat groter dan de te bewerken spiegel. Rond het blad tin werden met latten gelegd en met gewichten verzwaard. Daarna werd er wat kwik op het tin gegoten en dit kwik werd met een doek wat ingewreven in het tin, zodat er alvast enige verbinding tot stand kwam (in de middeleeuwen moest dit met een hazenpoot gebeuren!). Daarna werd een 3 tot 6 mm dikke kwiklaag opgegoten. Het drijvende vuil werd eraf gestreken met de scherpe kant van een lat en daarna liet men het schoongemaakte glas voorzichtig op het kwik glijden, zodat de glasplaat uiteindelijk op het kwik dreef. Dan werd het glas bedekt met een wollen deken en flink met gewichten belast. De latten rondom het glas werden weggenomen en het overtollige kwik kon via de gootjes weglopen.

Vervolgens werd de steen met glasplaat iets schuin gezet, zodat er verder kwik kon afvloeien en men liet de glasplaat zo enkele dagen liggen. Daarna werd de glasplaat, nog steeds hellend, op een druiprek geplaatst, eerst op een hoek en daarna op een van de zijden en zo bleef hij gedurende circa drie weken staan.

Volgens de beschrijving was het afnemen van de glasplaat van de tafel het kritieke moment, want kwam er op dat moment een donderslag (in de oude literatuur werden zelfs kanonschoten genoemd), dan liep het kwik plotseling weg en kon men opnieuw beginnen.

Het productieproces voor het maken van spiegels was dus een ingewikkeld gebeuren; er kwam nog wel wat kijken voor er een spiegel gemaakt was. Bovendien zijn kwikdampen erg giftig en was de bewerking dus erg ongezond. Vandaar dan ook, dat dergelijke spiegels tegenwoordig niet meer gemaakt worden. In een oud boek wordt dan ook gezegd:

"Een spiegel is gevaarlijk, zegt men, voor haar, die zich erin bekijkt, maar dat is ongelukkig genoeg nog meer waar voor hem, die hem maakt en de verzilvering zal dan ook de lof verdienen van de industrie en van de mensheid."

De kwikspiegels waren overigens goed bestand tegen allerlei invloeden. Ook oude spiegels van dit type zien er nog dikwijls heel behoorlijk uit. Soms een soort kristallisatie van het tin-amalgaam te zien, vooral aan de onderkant van de spiegel (de kant waarop de spiegel gestaan heeft en waarlangs het kwik was weggevloeid).

19e eeuw

»De zilverspiegel

In de 19e eeuw deed men ontdekkingen op het gebied van de scheikunde, waarvan ook de productie van spiegels profiteerde. Tot op de dag van vandaag betwisten enkele landen aan wie de eer valt toe te schrijven, de uitvinder van de zilverspiegel te hebben voortgebracht.

In de meeste Duitse boeken treft u de naam Liebig aan, in de Engelse Drayton, de Fransen houden het op de Fransman Petit-Jean en in Italië spreekt men over Choron.

Het meest waarschijnlijk echter is de Duitser Liebig. Hij publiceerde reeds in 1835 een artikel met de strekking:

"...wanneer men aldehyde met een zilvernitraatoplossing vermengt en vervolgens verwarmt, komt er een reductie tot stand, waardoor zilver zich op de wand van het vat afzet en een schitterende spiegel vormt."

Dit principe is de basis geweest waarop de meeste onderzoekers verder zijn gegaan. In de loop van de jaren zijn er erg veel procédé's ontwikkeld en ook gepatenteerd.

Spiegelfabricage heden

De fabricage van spiegels vindt nu plaats op een lopende-band-systeem van ongeveer 450 m lengte.

"Normaal" productieproces

Het productieproces kent daarbij de volgende stappen:

  • beladen van een productieband met een hoogwaardige selectie van blank of getint floatglas
  • reinigen van het glas met ceriumoxide
    krijt en water - drogen
  • verzilvering met zilvernitraat
  • koperlaag aanbrengen (kopersulfaat)
    als afscherming van de zilverlaag
  • schoonspoelen, drogen en doorharding
  • aanbrengen grondlaklaag - drogen
  • aanbrengen tweede dekkende laklaag
    deze lagen beschermen tegen chemische en fysieke invloeden
  • drogen afkoelen en reinigen

"Milieuvriendelijke" productie

Het productieproces kent daarbij de volgende stappen:

  • beladen
  • reinigen en drogen
  • activeringsbehandeling van het glas
  • verzilveren
  • passiveringsbehandeling na het verzilveren
  • hechtingsbehandeling
  • eerste verflaag - drogen
  • tweede verflaag - drogen
  • afkoelen en reinigen

Zoals u ziet, wordt hierbij geen gebruik gemaakt van kopersulfaat. Tevens gebruikt men nu loodvrije verfstoffen en veel minder ammoniazouten.

Het resultaat is een "milieuvriendelijke spiegel".

Op deze manier worden wereldwijd per jaar zo'n 125 miljoen m2 spiegels gemaakt.

Spiegels op maat

Online winkel met spiegels en spiegelverwarming